Reglement RvC

versie 240306

 

Art. 1: Inleidende bepalingen

1.1. Koninklijke Reesink N.V. (hierna: 'Reesink') is een Nederlandse naamloze vennootschap die functioneert als houdstermaatschappij van haar in Nederland gevestigde dochtermaatschappijen. Reesink is krachtens wettelijke verplichting een volledige structuurvennootschap. De (certificaten van) gewone aandelen van Reesink zijn opgenomen in de notering ter beurze van Amsterdam.


1.2. Dit reglement is opgesteld door de Raad van Commissarissen van Reesink (hierna: RvC) ingevolge artikel III.1.1. van de Nederlandse Corporate Governance Code, ter aanvulling van de in de wet en de statuten van Reesink opgenomen regelingen.


1.3. Dit reglement is in werking getreden op 30 november 2004 en blijft van kracht totdat het in overeenstemming met de hierna vermelde bepalingen zal worden gewijzigd.


1.4. Dit reglement is op de website van Reesink geplaatst. De tekst van dit reglement is ter kennis gebracht van de directie en de leden van de Centrale Ondernemingsraad.

 

Art. 2: Profielschets, benoeming, samenstelling en deskundigheid van de RvC

2.1. De RvC kent een profielschets voor zijn omvang en samenstelling, rekening houdend met de aard van de onderneming van Reesink en haar dochtermaatschappijen en de gewenste deskundigheid en achtergrond van de leden van de RvC. Deze profielschets is hierna onder 2.2. opgenomen.


2.2. Nagestreefd wordt een kleine raad van drie of vier leden. Leden van de RvC worden aan de hand van de volgende criteria geselecteerd en voorgedragen:

  • achtergrond/opleiding
  • ervaring
  • vaardigheden
  • onafhankelijkheid

De samenstelling van de RvC zal zodanig zijn dat de combinatie van ervaring, deskundigheid en onafhankelijkheid van zijn leden de RvC in staat stelt zijn diverse verplichtingen jegens Reesink en haar dochtermaatschappijen en alle bij de vennootschap betrokkenen te voldoen. Ondernemingservaring in dezelfde of een aanverwante bedrijfstak als waarin Reesink opereert, is gewenst. Daarnaast moet tenminste één van de leden bijzondere kennis hebben op het gebied van financiën. Het spreekt vanzelf dat alle leden van de RvC affiniteit moeten hebben met het bedrijfsgebeuren bij Reesink en haar dochtermaatschappijen en in teamverband moeten kunnen werken.

Van de leden van de RvC is maximaal één persoon niet-onafhankelijk. Thans zijn alle vier leden van de RvC onafhankelijk.


2.3. De leden van de RvC worden op voordracht van de RvC benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders (hierna: 'AvA'). De RvC maakt de voordracht gelijktijdig bekend aan de AvA en aan de Ondernemingsraad (hierna: 'OR'). De voordracht van de RvC is met redenen omkleed. 

Voor een derde van de leden van de RvC wordt een door de OR aanbevolen persoon op de voordracht van de RvC geplaatst, tenzij de RvC bezwaar maakt tegen de aanbeveling op grond van de verwachting dat de aanbevolen persoon ongeschikt zal zijn voor het lidmaatschap van de RvC of dat de RvC bij benoeming overeenkomstig de aanbeveling van de OR niet naar behoren zal functioneren.


2.4. De samenstelling van de RvC dient zodanig te zijn, dat de leden ten opzichte van elkaar en ten opzichte van de directie onafhankelijk en kritisch kunnen opereren. Een commissaris geldt als onafhankelijk, indien de in artikel III.2.2 van de Nederlandse Corporate Governance Code vermelde bepalingen niet op hem van toepassing zijn. 

Niet meer dan één voormalige bestuurder van de vennootschap zal zitting hebben in de RvC.


2.5. Van elke commissaris wordt in het verslag van de RvC opgave gedaan van geslacht, leeftijd, beroep c.q. hoofdfunctie, nationaliteit, nevenfuncties voor zover relevant voor de vervulling van de taak van commissaris, tijdstip van eerste benoeming en de lopende termijn waarvoor de commissaris is benoemd.


2.6. Het aantal commissariaten van een lid van de RvC bij Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen is zodanig beperkt dat een goede taakvervulling is gewaarborgd en bedraagt niet meer dan 5, waarbij het voorzitterschap van de RvC dubbel telt. 


2.7. Elk lid van de RvC meldt de voorzitter van de RvC welke nevenfuncties hij vervult en de eventuele wijzigingen hierin. 


2.8. Herbenoeming van commissarissen wordt steeds zorgvuldig overwogen en is geen automatisme. Beraad over een eventuele herbenoeming vindt plaats buiten aanwezigheid van de betrokkene.


2.9. Ter bevordering van een gelijkmatig benoemingsproces heeft de RvC een rooster van aftreden opgesteld, dat regelmatig zal worden bijgewerkt. 


2.10. Een commissaris treedt tussentijds af bij onvoldoende functioneren, structurele onverenigbaarheid van belangen of wanneer dit anderszins naar het oordeel van de RvC is geboden. 

Indien een commissaris frequent afwezig is bij vergaderingen van de RvC wordt hij daarop aangesproken. In het verslag van de RvC zal worden vermeld welke commissarissen frequent afwezig zijn geweest bij de vergaderingen van de RvC.


2.11. Een commissaris wordt, voor zover inpassing in het rooster van aftreden dit mogelijk maakt, voor 4 jaar benoemd. De totale zittingsduur van een commissaris zal in beginsel niet meer dan circa 12 jaar bedragen, tenzij de algemene vergadering anders besluit.


2.12. Een lid van de RvC, die tijdelijk voorziet in de directie bij belet of ontstentenis van één of meer leden van de directie treedt uit de RvC om de bestuurstaak op zich te nemen. 

 

Art. 3: Taken van de RvC

3.1. De RvC houdt toezicht op het beleid van de directie en op de gang van zaken in Reesink en haar dochtermaatschappijen. De RvC staat de directie met raad terzijde, zowel op verzoek van de directie als op eigen initiatief. Bij de vervulling van zijn taak richt de RvC zich naar het belang van Reesink en haar dochtermaatschappijen en weegt daartoe de in aanmerking komende belangen van alle daarbij betrokkenen af. De elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap zullen hierbij als richtlijn worden gebruikt. De RvC is verantwoordelijk voor de kwaliteit van zijn eigen functioneren.


3.2. Tot de taak van de RvC behoort in ieder geval:

a. het houden van toezicht en controle op alsmede het adviseren van de directie omtrent:
    i.   de realisatie van de doelstellingen van Reesink;
    ii.  de strategie en de risico's verbonden aan de ondernemingsactiviteiten;
    iii. de opzet en werking van de interne risicobeheersings- en
        controlesystemen;
    iv. het financiële verslaggevingsproces;
    v.  naleving van de wet- en regelgeving;
b. het openbaar maken, naleven en handhaven van de corporate governance structuur van Reesink;
c. het vaststellen van de jaarrekening alsmede het goedkeuren van de jaarlijkse begroting en belangrijke kapitaalinvesteringen van Reesink;
d. het selecteren en voordragen van de externe accountant van Reesink;
e. het selecteren en benoemen van leden van de directie, het voorstellen ter vaststelling door de AvA van het bezoldigingsbeleid voor leden van de directie, het vaststellen van de bezoldiging (met inachtneming van voornoemd bezoldigingsbeleid) en de contractuele arbeidsvoorwaarden van de leden van de directie;
f. het selecteren en voordragen ter benoeming van de leden van de RvC alsmede het voorstellen van de vergoeding voor zijn leden ter vaststelling door de AvA;
g. het evalueren en beoordelen van het functioneren van de directie en de RvC alsmede van hun individuele leden, met inbegrip van een beoordeling van de profielschets voor de RvC en het introductie-, opleidings- en trainingsprogramma;
h. het in behandeling nemen van, en beslissen omtrent potentiële tegenstrijdige belangen tussen Reesink enerzijds en leden van de directie, de externe accountant en grootaandeelhouder(s) anderzijds;
i.  het in behandeling nemen van, en beslissen omtrent gemelde vermeende onregelmatigheden, die het functioneren van de voorzitter van de directie betreffen.


3.3. De RvC zal jaarlijks na afloop van het boekjaar van Reesink een verslag over zijn functioneren en werkzaamheden in dat boekjaar opstellen en publiceren. 

 

Art. 4: Voorzitter en vice-voorzitter

4.1. Conform het bepaalde in artikel 10 lid 4 van de statuten van Reesink benoemt de RvC een voorzitter en een vice-voorzitter uit zijn midden. De voorzitter is geen voormalig lid van de directie.


4.2. De voorzitter bepaalt de agenda en leidt de vergaderingen van de RvC, ziet toe op het goed functioneren van de RvC, zorgt er voor dat voldoende tijd voor de besluitvorming bestaat, draagt zorg voor een adequate informatievoorziening aan de leden van de RvC en voor het introductie- en opleidings- of trainingsprogramma voor de leden van de RvC, is namens de RvC het voornaamste aanspreekpunt voor de directie, initieert evaluaties van het functioneren van de RvC en van de directie, bevordert dat de contacten van de RvC met de directie en de OR naar behoren verlopen en draagt als voorzitter zorg voor een ordelijk en efficiënt verloop van de AvA.


4.3. Indien individuele commissarissen in de uitoefening van hun functie contacten onderhouden met leden van de directie, worden de voorzitter van de RvC en de voorzitter van de directie daarvan op de hoogte gehouden.


4.4. De RvC wordt ondersteund door de secretaris van Reesink. Deze secretaris wordt al dan niet op initiatief van de RvC aangesteld, dan wel van zijn functie ontheven door de directie, na verkregen goedkeuring van de RvC.

 

Art. 5: Vergaderingen van de RvC

5.1. De RvC vergadert tenminste viermaal in het jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter van de RvC of twee andere leden van de RvC zulks verlangen, conform het bepaalde in artikel 10 lid 5 van de statuten van Reesink. 


5.2. De voorzitter van de RvC bepaalt in overleg met de voorzitter van de directie de plaats en het tijdstip van de vergaderingen.


5.3. Uiterlijk op de vijfde werkdag vóór een vergadering ontvangen commissarissen de agenda en de daarbij behorende stukken voor de desbetreffende vergadering. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter bepalen dat de agenda en/of de daarbij behorende stukken op een kortere termijn worden toegezonden.


5.4. De RvC wijst al dan niet uit zijn midden een secretaris aan. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 7 van de statuten van Reesink worden van het verhandelde in de vergaderingen door de secretaris van de RvC notulen gemaakt. De notulen worden vastgesteld door de RvC en getekend door de voorzitter.


5.5. Tenzij de RvC anders besluit, zullen de vergaderingen van de RvC worden bijgewoond door de leden van de directie, met uitzondering van de vergaderingen die handelen over:

a. de beoordeling van het functioneren van de directie en haar individuele leden, en de conclusies die hieraan moeten worden verbonden;
b. de beoordeling van het functioneren van de RvC en zijn individuele leden, en de conclusies die hieraan moeten worden verbonden;
c.  het gewenste profiel, de samenstelling en competentie van de RvC. 

De externe accountant van de vennootschap zal deelnemen aan de vergaderingen van de RvC, waarin het onderzoek van de jaarrekening en haar vaststelling aan de orde worden gesteld.


5.6. De voorzitter van de RvC kan andere personen uitnodigen om een vergadering van de RvC bij te wonen. Indien één of meer commissarissen bezwaar hebben tegen de aanwezigheid van deze personen beslist de RvC.


5.7. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 10 lid 7 van de statuten van Reesink neemt de RvC zijn besluiten met volstrekte meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen gelden als niet uitgebracht. Bij staking van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.


5.8. De RvC kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle commissarissen zich schriftelijk, telegrafisch, per telex, per telefax of e-mail ten gunste van het voorstel uitspreken; de bescheiden, waaruit van op zodanige wijze genomen besluiten blijkt, worden met de notulen van de vergaderingen in chronologische volgorde bewaard. 


5.9. De RvC bespreekt tenminste éénmaal per jaar de hierboven in artikel 5.5. sub a., b. en c. vermelde onderwerpen. Voorts bespreekt de RvC tenminste éénmaal per jaar de strategie en de risico's verbonden aan de onderneming en de ondernemingen van de dochtermaatschappijen alsmede de uitkomsten van de beoordeling door de directie van de opzet en de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen, alsmede eventuele significante wijzigingen hierin. 


5.10. Indien leden van de RvC frequent afwezig zijn bij de vergaderingen van de RvC, worden zij daarop door de voorzitter aangesproken. 


5.11. De agenda van de RvC bevat voor iedere periodieke vergadering in elk geval de volgende onderwerpen:

a. notulen van de vorige vergadering; 
b. financiële kerncijfers van de meest recente afgesloten periode;
c. gang van zaken in het algemeen;
d. acquisities en (des)investeringen;
e. directieverslagen over overleg met de OR;
f. mededelingen en rondvraag.

 

Art. 6: Commissies

Zolang de RvC uit niet meer dan vier leden bestaat zal er geen audit commissie, remuneratiecommissie en selectie- en benoemingscommissie worden ingesteld. De aan deze commissies in de Nederlandse Corporate Governance Code gewijde best practice-bepalingen gelden voor de gehele RvC.

 

Art. 7: Bezoldiging

7.1. Op voorstel van de RvC stelt de AvA de bezoldiging van de individuele leden van de RvC vast. Deze bezoldiging is niet afhankelijk van de resultaten van Reesink. Een commissaris ontvangt als bezoldiging geen aandelen en/of rechten op aandelen. Voor zover leden van de RvC gehouden zijn BTW ter zake van hun honorering in rekening te brengen zal deze BTW door Reesink op factuurbasis worden voldaan. De toelichting op de jaarrekening bevat in ieder geval de door de wet voorgeschreven informatie over de hoogte en de structuur van de bezoldiging van ieder lid van de RvC. 


7.2. Alle kosten die redelijkerwijs verband houden met het bijwonen van vergaderingen van de RvC worden door Reesink aan de leden van de RvC vergoed. Alle overige kosten die de leden van de RvC in het kader van hun commissariaat maken worden, al dan niet ten volle, door Reesink vergoed, indien dergelijke kosten na voorafgaand overleg met en toestemming van de voorzitter van de RvC worden gemaakt.


7.3. Reesink en haar dochtermaatschappijen verstrekken geen persoonlijke leningen, garanties en dergelijke aan leden van de RvC, tenzij in het kader van de normale uitoefening van het bedrijf en na goedkeuring van de RvC. Leningen worden niet kwijtgescholden. 

 

Art. 8: Gedelegeerd commissaris

Onder bijzondere omstandigheden kan de RvC uit zijn midden een gedelegeerd commissaris benoemen voor een beperkte tijd met als bijzondere taak om gedurende het bestaan van die bijzondere omstandigheden meer frequent contact te onderhouden met de directie.

 

Art. 9: Tegenstrijdig belang

9.1. Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling tussen Reesink of haar dochtermaatschappijen en leden van de RvC wordt vermeden.


9.2. Besluiten tot het aangaan van transacties waarbij tegenstrijdige belangen van leden van de RvC spelen die van materiële betekenis voor Reesink, haar dochtermaatschappijen en/of voor de betreffende leden van de RvC zijn, behoeven de goedkeuring van de RvC. Een commissaris neemt niet deel aan de discussie en de besluitvorming over een onderwerp of transactie waarbij hij of zij een tegenstrijdig belang als bovenbedoeld heeft. Transacties waarbij materiële tegenstrijdige belangen van leden van de RvC spelen worden in het jaarverslag gepubliceerd met vermelding van het tegenstrijdig belang en de verklaring dat de bepalingen van dit reglement zijn nageleefd. 

Alle transacties waarbij tegenstrijdige belangen van de leden van de RvC spelen, worden onder in de branche gebruikelijke condities overeengekomen.


9.3. Een tegenstrijdig belang bestaat in ieder geval wanneer Reesink of haar dochtermaatschappijen voornemens is een transactie aan te gaan met een rechtspersoon:

a. waarin een lid van de RvC persoonlijk een materieel financieel belang onderhoudt;
b. waarvan een bestuurder een familierechtelijke verhouding tot in de tweede graad heeft met een lid van de RvC;
c. waarin een lid van de RvC een bestuurs- of toezichthoudende functie vervult.


9.4. Ieder lid van de RvC (niet zijnde de voorzitter) meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor Reesink, haar dochtermaatschappijen en/of het betreffende lid van de RvC terstond aan de voorzitter. Het betrokken lid van de RvC verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de relevante informatie inzake zijn echtgenote, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad. De RvC beoordeelt of sprake is van een tegenstrijdig belang. Aan de discussie en de besluitvorming daarover neemt het betreffende lid van de RvC niet deel. 


9.5. Indien de voorzitter een (potentieel) tegenstrijdig belang heeft dat van materiële betekenis is voor Reesink, haar dochtermaatschappijen en/of zichzelf, meldt hij dit terstond aan de vice-voorzitter en verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de relevante informatie inzake zijn echtgenote, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad. De RvC beoordeelt of sprake is van een tegenstrijdig belang. Aan de discussie en de besluitvorming daarover neemt de voorzitter niet deel.


9.6. Ieder lid van de directie meldt een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor de vennootschap, haar dochtermaatschappijen en/of het betreffende lid van de directie terstond aan de voorzitter van de RvC. Het betrokken lid van de directie dat een materieel tegenstrijdig belang heeft verschaft daarover alle relevante informatie, inclusief de relevante informatie inzake zijn echtgenote, geregistreerde partner of een andere levensgezel, pleegkind en bloed- en aanverwanten tot in de tweede graad. De RvC beoordeelt of sprake is van een tegenstrijdig belang. 


9.7. Transacties tussen de vennootschap of haar dochtermaatschappijen en natuurlijke of rechtspersonen die tenminste 10% van de aandelen of certificaten in Reesink houden, worden onder in de branche gebruikelijke condities overeengekomen. Besluiten tot het aangaan van transacties met deze personen die van materiële betekenis zijn voor de vennootschap of haar dochtermaatschappijen en/of voor deze personen behoeven goedkeuring van de RvC. Dergelijke transacties worden gepubliceerd in het jaarverslag, met de verklaring dat dit artikel is nageleefd.


9.8. De RvC zorgt er voor dat de externe accountant van Reesink een (potentieel) tegenstrijdig belang dat van materiële betekenis is voor Reesink, haar dochtermaatschappijen en/of voor de betrokken externe accountant terstond aan de voorzitter meldt. De RvC beoordeelt of sprake is van een tegenstrijdig belang. Indien de RvC concludeert dat van een tegenstrijdig belang sprake is, bepaalt de RvC welke maatregelen moeten worden genomen. Wanneer er maatregelen worden genomen, worden deze maatregelen in het jaarverslag gepubliceerd. 

 

Art. 10: Informatie, relatie met directie

10.1. De RvC en zijn afzonderlijke leden hebben een eigen verantwoordelijkheid om van de directie en de externe accountant alle informatie te verlangen, die de RvC behoeft om zijn taak als toezichthoudend orgaan goed te kunnen uitoefenen. De directie verschaft weliswaar bedoelde informatie eigener beweging en tijdig aan de RvC en zijn leden, doch de RvC en zijn leden hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om die informatie van de directie en de externe accountant te verlangen. Indien de RvC dit raadzaam acht kan hij informatie inwinnen van functionarissen en externe adviseurs van Reesink, en kan tevens adviseurs inschakelen. Reesink stelt hiertoe de benodigde middelen ter beschikking. De RvC kan verlangen dat bepaalde functionarissen en externe adviseurs bij zijn vergaderingen aanwezig zijn.


10.2. De directie zal de RvC maandelijks een verslag doen toekomen, dat is opgesteld in een vorm zoals van tijd tot tijd overeen te komen, en waarin informatie wordt gegeven over onder meer financiële aangelegenheden, marketing, investeringen en personeel. Bij dit verslag zal een toelichting worden gevoegd, waarin de directie uitleg geeft aan, en opmerkingen plaatst over, het verslag en nadere informatie verschaft over zijn beleid.


10.3. Onverminderd het bovenstaande zal de directie de RvC jaarlijks voorzien van een begroting voor het komende jaar, een recente versie van haar lange termijn plannen en de hoofdlijnen van het strategisch beleid, de algemene en financiële risico's, het beheers- en controlesysteem van Reesink en de naleving van alle relevante wet- en regelgeving. Deze documenten zullen tijdig worden verstrekt opdat de RvC uiterlijk in december van het lopende jaar daaraan zijn goedkeuring kan geven.


10.4. Indien een lid van de RvC de beschikking krijgt over informatie uit een andere bron dan de directie of de RvC of signalen ontvangt die in het kader van het toezicht van belang zijn, dan zal hij deze informatie zo spoedig mogelijk ter beschikking stellen van de voorzitter van de RvC, die vervolgens de RvC op de hoogte zal stellen. 

 

Art. 11: Bezit van en transacties in aandelen

11.1. Onverminderd het bepaalde in de Wet toezicht effectenverkeer en de bij Reesink gehanteerde interne regeling 'Voorkoming misbruik van voorwetenschap van koersgevoelige informatie' meldt een commissaris iedere transactie in effecten Reesink, die hij verricht of doet verrichten, of waarvan hij uit hoofde van een familiebetrekking of het vervullen van een andere functie weet heeft, onverwijld aan de voorzitter van de RvC. Het bepaalde in dit lid is van overeenkomstige toepassing op al dan niet genoteerde effecten in andere ondernemingen, waarin Reesink direct of indirect een belang wil verkrijgen, heeft of wil afstoten, of waarmee Reesink direct of indirect een samenwerking wil aangaan of verbreken. 


11.2. Het effectenbezit van een commissaris in Reesink dient ter belegging op lange termijn.


11.3. Het effectenbezit van een commissaris in Reesink wordt jaarlijks in het jaarverslag opgenomen. 


11.4. Commissarissen dienen op geen enkele wijze persoonlijk profijt te trekken van de ondernemingsactiviteiten van Reesink anders dan via de commissarisvergoeding of uit effectenbezit voortvloeiende vermogensgroei of uitkeringen. Dit betekent dat zij, teneinde elke schijn van misbruik te voorkomen, beperkingen dienen te aanvaarden, zoals hiervoor bedoeld, in hun vrijheid van handelen ten aanzien van hun privé-bezit alsmede voor het aanvaarden van nevenfuncties.


11.5. Een lid van de RvC meldt veranderingen in zijn bezit aan effecten die betrekking hebben op Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen periodiek, doch ten minste éénmaal per kwartaal, bij de voorzitter van de RvC. De voorzitter van de RvC meldt dergelijke veranderingen ten minste éénmaal per kwartaal bij de vice-voorzitter. Een lid van de RvC dat uitsluitend belegt in beursgenoteerde beleggingsfondsen of het vrije beheer van zijn effectenportefeuille door middel van een schriftelijke overeenkomst van lastgeving heeft overgedragen aan een onafhankelijke derde is vrijgesteld van deze bepaling

 

Art. 12: Relatie tot de aandeelhouders 

12.1. De RvC ziet er op toe dat de jaarlijkse AvA tijdig wordt gehouden en dat de noodzakelijke agendapunten naar behoren zijn vermeld.


12.2. De leden van de RvC nemen aan dat AvA's deel, behoudens verhindering als gevolg van zwaarwichtige redenen. De voorzitter van de RvC zit in de regel een AvA voor en beslist omtrent de inhoud van de besluiten. 


12.3. De RvC verschaft de AvA alle verlangde inlichtingen, tenzij zwaarwichtige belangen van Reesink of haar dochtermaatschappijen, of een wettelijk voorschrift of rechtsregel zich daartegen verzet. Indien de RvC zich op een dergelijk zwaarwichtig belang beroept, wordt dit gemotiveerd toegelicht.


12.4. De RvC stelt jaarlijks een remuneratierapport op, dat een verslag bevat van de wijze waarop het bezoldigingsbeleid voor de leden van de directie in het afgelopen boekjaar in de praktijk is gebracht, alsmede een overzicht van het bezoldigingsbeleid zoals dat in het komende boekjaar en de daarop volgende jaren door de RvC wordt voorzien. Dit remuneratierapport zal op de website van de vennootschap worden geplaatst. Het bezoldigingsbeleid dat in het komende boekjaar en de daarop volgende jaren wordt voorzien, wordt ter vaststelling aan de AvA voorgelegd. Elke wijziging in het bezoldigingsbeleid wordt eveneens ter vaststelling aan de AvA voorgelegd. Regelingen die de leden van de directie belonen in aandelen of in rechten tot het nemen van aandelen, alsmede wijzigingen in deze regelingen, worden eveneens ter goedkeuring aan de AvA voorgelegd.

 

Art. 13: Omgang met de OR

De RvC onderhoudt contact met de OR overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Wet op de Ondernemingsraden. Jaarlijks stelt de RvC een schema op voor de aanwezigheid van één of meer leden van de RvC bij de overlegvergaderingen met de OR, voor zover het overlegvergaderingen betreft waarbij de aanwezigheid van een lid van de RvC wettelijk verplicht is.

 

Art. 14: Vertrouwelijkheid

14.1. Het beraad van de RvC is vertrouwelijk. 


14.2. Voor zover mededelingen over het beraad van de RvC aan derden moeten worden gedaan geschiedt zulks door of in overleg met de voorzitter van de RvC. 


14.3. Na hun aftreden houden de leden van de RvC de stukken, die betrekking hebben op het beraad van de RvC, ter beschikking van de voorzitter.